’t Dinkelbergje; familieverhalen

‘Maris, wil je een hele of een Dinkelbergje?’, hoor ik vanuit de keuken. ‘Een Dinkelbergje?’, denk ik bij mezelf, ‘dat klinkt als een goed verhaal, een familieverhaal.”
Ik zit, nog iets onwennig maar zo vertrouwd, op de groene hoekbank van de zus van mijn oma. Naast mij de dove Aike, ‘dat is een typisch Terschellinger naam’, een dwergpoedel op leeftijd. En waar ik ook kijk strekt de zee zich voor me uit. Een panoramisch uitzicht over de kustlijn van Vlissingen. De zee en mijn familie zijn met elkaar verbonden, intens. De verhalen gaan generaties terug. En laat die verhalen nou juist de reden zijn dat ik hier op de bank zit, met dat ‘Dinkelbergje’.

Toen mijn moeder, en heel snel daarna ook mijn oma, twee jaar geleden dood gingen, kocht ik het boek ‘Een boom vol herinneringen’ voor mijn kinderen. Want hoe leg je ‘dood’ uit aan een één en een vier jarige? Tientallen keren las ik snikkend en snotterend het verhaal van vos en zijn vrienden voor. Meer aan mezelf dan aan de kinderen vermoed ik achteraf. Het verhaal gaat als volgt; vos sterft op een mooie winterdag op een open plek in het bos. Zijn vrienden verzamelen zich om hem heen, nemen afscheid en hebben verdriet. Het wordt een ontmoetingsplek waar elk dier herinneringen aan vos deelt. Precies op de plek waar vos stierf begint een plantje te groeien. Gevoed door alle verhalen groeit het plantje uit tot een prachtige sterke boom die nog generaties blijft staan en een plek is om thuis te komen voor iedereen die vos kende.

Ook mijn familie had verloren en was in rouw. Maar ik miste de verhalen, de gedeelde herinneringen. We kwamen niet verder dan een toost tijdens kerst en een ‘wat had ze dit mooi gevonden’, tijdens andere gezamenlijke momenten. Alsof ze alleen in onze stille herinnering nog bestonden. En toen besloot ik de verhalen van mijn familie te gaan ophalen. En te delen. In de hoop dat een dapper plantje ontkiemt en een grote boom mag groeien om te schuilen en te ontmoeten.

‘Het Dinkelbergje’, bleek al sinds jaar en dag synoniem te zijn voor ‘de helft van iets’. Tot mijn achttiende had ik namelijk een opa Dinkelberg, zo’n hele echte. Oud kapitein van de grote vaart, met ‘overkammer’, een gulle bulderende lach en een hele grote opa-buik. En vanwege die buik werd hij regelmatig op dieet gezet, door mijn immer beheerste en gematigde oma vermoed ik. Hij nam wel een taartje, maar een half taartje. Wel een koek, maar een halve koek. En zo ontstond ‘het Dinkelbergje’. Niet te vinden in de Dikke van Dale, maar horend bij het boek van mijn familie.

En zo uitkijkend over zee, ver van huis, voelde ik me thuis in de verhalen van mijn oudtante. Ik nam het tweede Dinkelbergje en voelde het zaadje ontkiemen.

3 thoughts on “’t Dinkelbergje; familieverhalen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *